De laatste jaren staat medicinale cannabis sterk in de belangstelling. Steeds meer onderzoek wordt uitgevoerd naar de therapeutische effecten hiervan op tal van gezondheidsaandoeningen. Medicinale wiet zou effectief zijn bij onder andere (chronische) pijn, spierkrampen, depressie, spasmen, glaucoom, chronische ontstekingen, MS, slaapproblemen, misselijkheid, gebrek aan eetlust. Medicinale cannabis bevat meer dan 400 bioactieve stoffen, waaronder cannabinoïden, die een zeer interessante werking hebben op het menselijk endocannabinoïdensysteem.

De hennepplant

Cannabis, marihuana of wiet zijn de gedroogde bloemen van de vrouwelijke plant Cannabis Sativa L. Hennep groeit in gematigd en tropisch klimaat. Er bestaan verschillende variëteiten medicinale cannabis. Er wordt onderscheid gemaakt in cannabis sativa of cannabis indica soorten. De verschillen tussen de variëteiten worden gekenmerkt door andere samenstellingen van actieve bestanddelen, verhoudingen tussen diverse soorten cannabinoïden en daarmee de werkzaamheid. (1)

Cannabinoïden worden geproduceerd in de epidermale klieren op de bladeren (voornamelijk de bovenste bladeren), de stam en stengels en de schutbladeren die de bloemen van de marihuanaplant ondersteunen. Hoewel de bloem zelf geen epidermale klieren bevat, heeft het wel het hoogste cannabinoïdengehalte van de gehele plant. Waarschijnlijk vanwege de accumulatie van hars, afgescheiden door het ondersteunende kleine bladachtige deel onder de bloem.

De hoeveelheid aan cannabinoïden varieert door groei-omstandigheden; de luchtvochtigheid, temperatuur en hoeveelheid en kwaliteit voedingsstoffen in de aarde. De chemische stabiliteit van cannabinoïden in geoogst plantmateriaal wordt aangedaan door vocht, temperatuur, zonlicht en wijze van opslag. Degeneratie vindt altijd plaats bij opslag. (2)

Medicinale cannabis in de geschiedenis

Het gebruik van cannabis reikt ver terug in de geschiedenis. (3) Het eerste archeologische bewijs van het gebruik van cannabis dateert van 10.000 jaar terug en komt uit Taiwan, uit het Stenen Tijdperk. De vezels van de stengels werden gebruikt om kleien potten te sterken. (4) De eerste geschriften van medicinaal gebruik van cannabis dateren van 2700 v.C. en zijn geschreven door ‘de vader van de Chinese geneeskunde’.

In Chinese geschriften van 2350 jaar v.C. wordt hennep genoemd voor het weven van kleding en het maken van schoenen door de stevige en duurzame vezels. Hennep stond zo hoog aangeschreven, dat Chinezen hun land “het land van moerbeien en hennep” noemden – twee belangrijke grondstoffen. Hennep was voor de armen en moerbeien fungeerden als voedsel voor de zijderups; een kostbare stof voor de rijken. (5)

Naast praktisch gebruik van de plant, werd cannabis medicinaal toegepast in China, Japan, India, door de Arabieren, Grieken en Romeinen. (3) Voor Hindu-godsdienstigen was hennep een heilige plant en ‘voedsel der goden’ en beschreven in de Vedische geschriften van 2000 v.C. (6) Van de bladeren werd een kruidige warme drank gemaakt genaamd ‘bhang’. (7) In het Westen deed medicinale cannabis zijn intrede dankzij de Griekse arts Pedacius Dioscorides, die zijn boek Materia Medica schreef 70 jaar n.C. In Europa was cannabis tijdens de Middeleeuwen een algemeen huis-, tuin- en keukenremedie voor de behandeling van oorontsteking. (8)

Tot aan het begin van 1930 werd medicinale cannabis voorgeschreven door dokters en artsen in Europa en de VS. Langzaam maar zeker verdween het gebruik in de VS, door verbod op niet-medisch gebruik en de registratieplicht en het heffen van belasting bij gebruik, kweek en het distribueren van hennep. Dit maakte het gebruik van hennep niet illegaal, maar wel duur voor velen en het gebruik nam af. In 1942 werd hennep verwijderd uit het Amerikaanse farmacopee, omdat het schadelijk en verslavend zou zijn; een drug die psychoses, geestelijke achteruitgang en gewelddadig gedrag in de hand zou werken. (2,9)

Cannabinoïden

Volgens de meest recente inzichten bevat marihuana 66 cannabinoïde bestanddelen. Dat wil niet zeggen dat er 66 verschillende cannabinoïden effecten of interacties zijn; de meeste cannabinoïden moleculen zijn qua vorm en gedrag sterk aan elkaar verwant. (2)

De verschillende werkzame cannabinoïden van de cannabisplant zijn onder andere:

  • ∆9-THC (∆9-Tetrahydrocannabinol)
  • ∆8-THC (∆8-Tetrahydrocannabinol)
  • CBD (Cannabidiol)
  • CBC (Cannabichromene)
  • CBG (Cannabigerol)
  • CBL (Cannabicyclol)
  • CBE (Cannabielsoin)
  • CBND (Cannabinidiol)
  • CBN (Cannabinol)
  • CBT (Cannabitriol)

Elk cannabinoïde heeft zijn eigen specifieke werking en werkingsgebied. THC is meestal het hoofdbestanddeel, maar ook andere inhoudsstoffen – zoals CBD – leveren een bijdrage aan de effectiviteit. De samenstelling bepaalt de werking èn de bijwerking van de cannabis.

Zo worden cannabissoorten rijk aan CBD ingezet bij onder andere pijnklachten, krampen, chronische ontstekingen, microbiële infecties, glaucoom en kanker. Cannabis rijk aan THC wordt voornamelijk gebruikt bij depressie, pijnklachten, krampen, spasmen, verminderde eetlust en misselijkheid.

Cannabinoïden zijn nauw verwant aan elkaar; velen verschillen slechts één chemische groep. Hierdoor is cannabinoïde biosynthese mogelijk. (10) THC is de meest voorkomende cannabinoïde in marihuana en is het primaire psychoactieve ingrediënt. Dit is de enige stof in de plant die het gevoel van ‘high’ of ‘stoned’ veroorzaakt bij inname; oraal of wanneer gerookt. Dit kan een gewenst of ongewenst effect zijn. Alle cannabinoïden zijn lipofiel – ze zijn zeer oplosbaar in vettige vloeistoffen en weefsels, maar niet in water. THC is zo lipofiel dat het treffend wordt omschreven als ‘vet’. (2,11)

  • Cannabinoïden lijken een rol te spelen in pijnmodulatie, bewegingscontrole en geheugen
  • De natuurlijke rol van cannabinoïden op het immuunsysteem is veelzijdig en nog grotendeels onduidelijk
  • De hersenen ontwikkelen een tolerantie voor cannabinoïden
  • Dierstudies laten de mogelijkheid zien op afhankelijkheid, maar deze afhankelijkheid is van lichtere aard in vergelijking met benzodiazepines, opiaten, cocaïne of nicotine
  • Afkicksymptomen zijn geobserveerd in dierstudies, maar blijken mild vergeleken met opiaten of benzodiazepinen, zoals diazepam (valium)

Cannabinoïden hebben een effect op de transmissie van pijn. Specifieker: er is een interactie met het endogene opioïde systeem van de hersenen, een belangrijk systeem betrokken bij pijn en de behandeling daarvan. (2)

Cannabinoïden hebben een antioxidatieve werking. De bladeren en bloemen worden beschermd tegen ultraviolette straling. Straling en daarmee oxidatieve stress worden geneutraliseerd door cannabinoïden en beschermen zo ook de menselijke cellen. (11).

Het endocannabinoïden systeem

De mens wordt geboren met een endocannabinoïde systeem; een lichaamseigen systeem dat uit cannabis-achtige stoffenbestaat. Het lichaam maakt zelf cannabinoïden aan. Het endocannabinoïden systeem in de hersenen is betrokken bij fysiologische processen in het lichaam. Processen als ervaring van pijn(drempels), hongergevoel, de bloeddruk en beweging.

Het systeem speelt een belangrijke rol bij de aansturing van de hersenfuncties en heeft een effect op het geheugen, aandacht en impulsiviteit. Er zijn aanwijzingen dat bij mensen met een psychiatrische aandoening als schizofrenie, ADHD en obsessieve compulsieve patronen, het endocannabinoïde systeem anders werkt. (2,11)

Evolutionair gezien is het endocannabinoïden systeem miljoenen jaren oud. Het is voornamelijk bestudeerd bij gewervelden, zoals mensen, ratten en muizen. Ook ongewervelden hebben in de fysiologie een endocannabinoïden systeem. (12) In de evolutionaire geschiedenis kwam meer dan 500 miljoen jaar geleden een vertakking van ongewervelden naar gewervelden. Het wordt aangenomen dat cannabinoïde receptoren tenminste zo lang zijn geconserveerd.

Dit suggereert een belangrijke en basale functie in zowel dierlijke als menselijke fysiologie. Over het algemeen gezien zijn cannabinoïde receptormoleculen gelijk onder verschillende rassen en diersoorten. Het is waarschijnlijk dat cannabinoïde receptoren vele verschillende functies vervullen, overeenkomstig bij een brede reeks dieren, inclusief de mens. (13)

Endocannabinoïden en de receptoren zijn te vinden in de hersenen, organen, bindweefsel, klieren en immuuncellen. Endocannabinoïden fungeren als signaalstoffen tussen diverse celtypen; zo kunnen deze communiceren en coördineren. (14).

Cannabinoïde receptoren

Een logische vraag is: “Waarom heeft men aangeboren cannabinoïdereceptoren?”. Het antwoord is dat de mens kennelijk endogene agonisten aanmaakt (een stof aangemaakt in de hersenen, wat kan ‘aanhaken’ op de receptor om een proces te bewerkstelligen). Dit is een zelfvoorzienend systeem om de homeostase te bewaken.

Tot op heden zijn twee cannabinoïdereceptoren geïdentificeerd. CB1 wordt voornamelijk gevonden in de hersenen, het zenuwstelsel, de klieren, het bindweefsel, de geslachtsklieren en de organen. CB2 wordt voornamelijk gezien in het immuunsysteem. (13,15)

De cannabinoïdereceptor behoort toe aan de grootste familie receptoren: de G eiwit-gekoppelde receptoren. Deze receptoren zijn moleculaire knoppen in en op cellen en zijn betrokken bij het verzenden van signalen van verschillende stimuli; van buiten de cel naar binnen. (13,15)

Neuronen in de hersenen worden geactiveerd wanneer een stof bindt met de receptor. THC bijvoorbeeld, zal alleen z’n effecten aanwenden na het binden aan de receptor. Elke receptor accepteert alleen specifieke stoffen en reageert niet op andere stoffen. Stoffen die receptoren activeren heten agonisten.

Het binden van een agonist met een receptor activeert een proces of een reeks aan processen in de cel, dat resulteert in een veranderde celactiviteit, z’n gen-regulatie of de signalen verzonden aan omliggende cellen. Dit agonist-geïnduceerde proces heet ‘signaal transductie’. (14,16)

De tegenhanger van agonisten zijn antagonisten. Zij binden selectief aan een receptor die anders beschikbaar zou zijn voor binding met een andere stof. Antagonisten blokkeren de effecten van agonisten. Antagonisten en agonisten zijn beiden liganden; stoffen die aan receptoren kunnen binden. Hormonen, neurotransmitters en andere stoffen kunnen allen liganden zijn. (16)

  • Endocannabinoïden zijn agonisten die het lichaam zelf aanmaakt om de receptoren te stimuleren. Twee moleculen die het meest onderzocht en begrepen zijn:
    • Anandamide
    • 2-arachidonoylgylcerol (2-AG)
  • Fytocannabinoïden zijn de plantaardige agonisten die de cannabinoïde receptoren beïnvloeden. De bekendste zijn:
    • Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)
    • Cannabidiol (CBD)
  • Kruiden kunnen ook fytocannabinoïden bevatten, zoals rode zonnehoed (echinacea purpura)

De cel reageert op verschillende manieren wanneer een ligand bindt met de cannabinoïde receptor. De receptoren zijn ingebed in het celmembraan, waar ze zijn gekoppeld aan G-eiwitten en het enzym adenylyl cyclase. De eerste stap is activatie wanneer een ligand zich bindt, bijvoorbeeld THC of anandamide. Dit leidt tot veranderingen in verschillende intracellulaire componenten, zoals remming van adenylyl cyclase, wat de productie verminderd van cyclisch AMP en cellulaire activiteiten afhankelijk van cAMP; het openen van de kaliumkanalen en het sluiten van calciumkanalen, wat de afgifte van neurotransmitters verlaagd. Dit geheel verandert het functioneren van de cel. Het uiteindelijke resultaat van de cannabinoïde receptorstimulatie, is afhankelijk van welk type cel, welke ligand en andere moleculen die mogelijk in competitie zijn om te binden aan receptoren.

Verschillende agonisten variëren in de bindings-potentie, hetgeen bepaalt wat een effectieve doses is en hoe effectief deze is. Dit bepaalt de sterkte van het signaal wat zij verzenden naar de cel. De potentie en effectiviteit van THC zijn beiden relatief lager dan van synthetische cannabinoïden. Synthetische stoffen zijn over het algemeen meer potent en effectief dan endogene agonisten.

CB1-receptoren zijn bijzonder overvloedig aanwezig in de hersenen. Ze zijn meer aanwezig dan vele andere G-eiwit-gekoppelde receptoren en 10 keer meer aanwezig dan mu- opioïde receptoren; de receptoren verantwoordelijk voor op morphine-gelijkende effecten. (17)

CB1- en CB2 r-eceptoren lijken op elkaar en de meeste cannabinoïde stoffen hebben een affiniteit met beide receptoren. Uitzondering is de plantaardige vorm van CBD die een grotere bindingsaffiniteit heeft met CB2 dan met CB1. (18) De endogene liganden anandamide en 2-AG tonen een grotere affiniteit met CB2 dan CB1.

Anandamide: een bekend endocannabinoïd 

De eerste ontdekte endogene cannabinoïd was arachidonylethanolamine. “Anandamide” genoemd, naar het woord uit het Sanskrit ‘ananda’, wat zoveel betekent als “geluk” of “bliss” in het Engels. (19) Vergeleken met THC heeft anandamide een gematigde affiniteit met CB1 en is het snel gemetaboliseerd door amidases (enzymen die de amidegroep verwijderen). Ondanks z’n korte activiteit, heeft anandamide farmacologisch gezien de meeste gelijkende effecten van THC. (18)

Anandamide blijkt zowel centrale (in de hersenen) als periphere (in de rest van het lichaam) effecten te hebben. De precieze neuro-anatomische locatie van anandamide en de enzymen die het synthetiseren zijn nog niet bekend. Anandamide is gevonden in talrijke regio’s van het brein: de hippocampus en de parahippocampus cortex, het striatum en cerebellum. Het is echter nog niet exact geïdentificeerd met specifieke neuronale circuits. CB1-receptoren zijn ruim aanwezig in deze regionen; dit impliceert een fysiologische rol voor endogene cannabinoïden in de hersenfunctie, gecontroleerd door deze gebieden.

Ook zijn er substantiële concentraties gevonden van anandamide in de thalamus, een gebied in het brein dat relatief weinig CB1-receptoren heeft. (13) Anandamide is ook buiten het brein gevonden. Het is gevonden in miltweefsel, wat ook hoge concentraties CB- receptoren heeft. Een lage concentratie anandamide is gedetecteerd in het hartweefsel. (20)

De bindingsaffiniteit van anandamide met cannabinoïde receptoren, is slechts een ¼ tot ½ in vergelijking met THC. Dit verschil berust echter ook op het type cellen en weefsel dat is getest en de experimentele condities, zoals de bindingstest. (13) De moleculaire structuur van anandamide is relatief simpel en het kan gevormd worden uit arachidonzuur en ethanolamine. Arachidonzuur is een precursor van eicosanoïden, inclusief prostaglandinen.

Verschillende endogene stoffen zijn ontdekt, die gelijkenis hebben met anandamide. Een daarvan is 2-AG. Deze stof lijkt zeer sterk op anandamide en is in hogere concentraties aanwezig in het brein. (21)

Sommige effecten van cannabinoïd agonisten zijn receptor afhankelijk. Zo zijn THC en CBD bijvoorbeeld beiden neuroprotectief dankzij hun antioxidatieve werking; zij kunnen de toxische formatie van zuurstof verminderen, wat wordt geproduceerd wanneer de cellen onder stress staan. (22) Een ander voorbeeld van receptor-afhankelijk cannabinoïd activiteit, is de activiteit van modulatie en activatie van membraangebonden enzymen (zoals ATPase), arachidonzuurafgifte en verstoring van membraanlipiden.

Vond u dit artikel interessant? Lees hier deel twee: Medicinale Cannabis deel 2 – Cannabis Therapeutisch Toepassen

Handleiding NPN

NPN, de brancheorganisatie van voedingssupplementen, heeft in samenwerking met Wageningen Universiteit een handleiding opgesteld voor verantwoord gebruik van Cannabidiol (CBD) producten. In deze handleiding staat beschreven hoe CBD-supplementen het beste gebruikt kunnen worden en waar consument en beroepsbeoefenaar alert op moeten zijn. NPN wil met de handleiding proactief veilig gebruik van voedingssupplementen met CBD stimuleren.

U kunt deze handleiding hier vinden.

Literatuur:

1. Transvaal Apotheek. Geneesmiddelen Informatieblad. Bijsluiter cannabis olie. 2016. Transvaalapotheek.nl
2. Joy JE, Watson SJ, et al., 1999. Marihuana and Medicine: Assessing the Science Base. Division of Neuroscience and Behavioural Health. Institute of Medicine. National Academy Press, Washington.
3. Abel EL. 1980. Marijuana – The First Twelve Thousand Years
4. K. Chang, The Archaeology of Ancient China (New Haven: Yale University Press, 1968), pp. 111-12; C.T. Kung, Archeology in China (Toronto: University of Toronto Press, 1959), 1:131.
5. M.D. Merlin, Man and Marijuana (Rutherford, N.J.: Fairleigh Dickenson University Press, 1968), p. 80.
6. G.A. Grierson, “On References to the Hemp Plant Occurring in Sanskrit and Hindi Literature”, in Indian Hemp Drugs Commission Report (Simla, India: 1893-4), 3: 247-8.
7. M.V. Ball, “The Effects of Haschisch Not Due to Cannabis Indica”, Therapeutic Gazette, 34 (1910): 777-80.
8. Dioscorides, Materia Medica 3.165.
9. Bonnie RJ, Whitebread II CH. 1974. The Marihuana Conviction: A History of Marihuana Prohibition in the United States. Charlottesville, VA: University Press of Virginia.
10. Mechoulam R. 1986. The pharmacohistory of Cannabis Sativa. In: Mechoulam R , Editor. Cannabinoids as Therapeutic Agents. Boca Raton, FL: CRC Press. Pp. 1–19.
11. Natuurlijk genezen met marihuana – Gerrit Ooiman
12. Stefano G, Salzet B, Salzet M. 1997. Identification and characterization of the leech CNS cannabinoid receptor: Coupling to nitric oxide release. Brain Research 753:219– 224.
13. Pertwee RG. 1997b. Pharmacology of cannabinoid CB1 and CB2 receptors. Pharmacology and Therapeutics 74:129–180.
14. Abood ME, Martin BR. 1996. Molecular neurobiology of the cannabinoid receptor. International Review of Neurobiology 39:197–221.
15. Childers SR, Breivogel CS. 1998. Cannabis and endogenous cannabinoid systems. Drug and Alcohol Dependence 51:173–187.
16. Felder CC, Glass M. 1998. Cannabinoid receptors and their endogenous agonists. Annual Reviews of Pharmacology and Toxicology 38:179–200.
17. Sim LJ, Xiao R, Selley DE, Childers SR. 1996. Differences in G-protein activation by mu- and delta-opioid, and cannabinoid, receptors in rat striatum. European Journal of Pharmacology 307:97–105.
18. Munro S, Thomas KL, Abu-Shaar M. 1993. Molecular characterization of a peripheral receptor for cannabinoids. Nature 365:61–65.
19. Devane WA, Hanus L, Breuer A, Pertwee RG, Stevenson LA, Griffing F, Gibson D, Mandelbaum A, Etinger A, Mechoulam R. 1992. Isolation and structure of a brain constituent that binds to the cannabinoid receptor. Science 258:1946–1949.
20. Felder CC, Nielsen A, Briley EM, Palkovits M, Priller J, Axelrod J, Nguyen DN, Richardson JM, Riggin RM, Koppel GA, Paul SM, Becker GW. 1996. Isolation and measurement of the endogenous cannabinoid receptor agonist, anandamide, in brain and peripheral tissues of human and rat. FEBS Letters 393:231–235.
21. Mechoulam R, Ben-Shabat S, Hanus L, Ligumsky M, Kaminski NSA, Gopher A, Almog S, Martin BR, Compton D, Pertwee RG, Griffin G, Bayewitch M, Barg J, Vogel Z. 1995. Identification of an endogenous 2-monoglyceride, present in canine gut, that binds to cannabinoid receptors. Biochemical Pharmacology 50:83–90.
22. Hampson AJ, Grimaldi M, Axelrod J, Wink D. 1998. Cannabidiol and (-)delta-9-tetrahydrocannabinol are neuroprotective antioxidants. Proceedings of the National Academy of Sciences, USA 95:8268–8273.
23. Duran M, Pérez E, Abanades S, Vidal X, Saura C, Majem M, Arriola E, Rabanal M, Pastor A, Farré M, Rams N, Laporte JR, Capellà D. Preliminary efficacy and safety of an oromucosal standardized cannabis extract in chemotherapy-induced nausea and vomiting. Br J Clin Pharmacol 2010;70(5):656-63.
24. Meiri E, Jhangiani H, Vredenburgh JJ, Barbato LM, Carter FJ, Yang HM, Baranowski V. Efficacy of dronabinol alone and in combination with ondansetron versus ondansetron alone for delayed chemotherapy-induced nausea and vomiting. Curr Med Res Opin 2007;23(3):533-43.
25. Zutt M, Hanssle H, Emmert S, Neumann C, Kretschmer L. [Dronabinol for supportive therapy in patients with malignant melanoma and liver metastases] [Article in German]. Hautarzt 2006;57(5):423-7.
26. Gonzalez-Rosales F, Walsh D. Intractable nausea and vomiting due to gastrointestinal mucosal metastases relieved by tetrahydrocannabinol (dronabinol). Journal of Pain and Symptom Management 1997;14(5):311-314.
27. Layeeque R, Siegel E, Kass R, Henry-Tillman RS, Colvert M, Mancino A, Klimberg VS. Prevention of nausea and vomiting following breast surgery. Am J Surg 2006;191(6):767-72.
28. Beal JE, Olson R, Laubenstein L, Morales JP, Bellman P, Yangco B, Lefkowitz L, Plasse TF, Shepard KV. Dronabinol as a treatment for anorexia associated with weight loss in patients with AIDS. Journal of Pain and Symptom Management 1995;10(2):89-97.
29. Bedi G, Foltin RW, Gunderson EW, Rabkin J, Hart CL, Comer SD, Vosburg SK, Haney M. Efficacy and tolerability of high-dose dronabinol maintenance in HIV-positive marijuana smokers: a controlled laboratory study. Psychopharmacology (Berl) 2010;212(4):675-86.
30. Volicer L, Stelly M, Morris J, McLaughlin J, Volicer BJ. Effects of dronabinol on anorexia and disturbed behavior in patients with Alzheimer’s disease. International Journal of Geriatric Psychiatry 1997;12:913-919.
31. Wilson MM, Philpot C, Morley JE. Anorexia of aging in long term care: is dronabinol an effective appetite stimulant? – a pilot study. J Nutr Health Aging 2007;11(2):195-8.
32. Bergmann K-C. [Dronabinol, a possible new therapeutic option in patients with COPD and pulmonal cachexia] [Article in German]. Abstract, 2005 Conference of the German Society for Pneumology, 17 March 2005, Berlin.
33. Svendsen KB, Jensen TS, Bach FW. Does the cannabinoid dronabinol reduce central pain in multiple sclerosis? Randomised double blind placebo controlled crossover trial. BMJ 2004;329(7460):253.
34. Johnson JR, Burnell-Nugent M, Lossignol D, Ganae-Motan ED, Potts R, Fallon MT. Multicenter, Double-Blind, Randomized, Placebo-Controlled, Parallel-Group Study of the Efficacy, Safety, and Tolerability of THC:CBD Extract and THC Extract in Patients With Intractable Cancer-Related Pain. J Pain Symptom Manage 2010;39(2):167-79.
35. Blake DR, Robson P, Ho M, Jubb RW, McCabe CS. Preliminary assessment of the efficacy, tolerability and safety of a cannabis-based medicine (Sativex) in the treatment of pain caused by rheumatoid arthritis. Rheumatology (Oxford) 2006;45(1):50-2.
36. Schley M, Legler A, Skopp G, Schmelz M, Konrad C, Rukwied R. Delta-9-THC based monotherapy in fibromyalgia patients on experimentally induced pain, axon reflex flare, and pain relief. Curr Med Res Opin 2006;22(7):1269-1276.
37. Fiz J, Durán M, Capellà D, Carbonell J, Farré M. Cannabis use in patients with fibromyalgia: effect on symptoms relief and health-related quality of life. PLoS One 2011;6(4):e18440.
38. Narang S, Gibson D, Wasan AD, Ross EL, Michna E, Nedeljkovic SS, Jamison RN. Efficacy of dronabinol as an adjuvant treatment for chronic pain patients on opioid therapy. J Pain 2008;9(3):254-64.
39. Russo EB. Hemp for headache: An in-depth historical and scientific review of cannabis in migraine treatment. J Cannabis Ther 2001;1(2):21-92.
40. Robbins MS, Tarshish S, Solomon S, Grosberg BM. Cluster Attacks Responsive to Recreational Cannabis and Dronabinol. Headache 2009;49(6):914-6.
41. Esfandyari T, Camilleri M, Busciglio I, Burton D, Baxter K, Zinsmeister AR. Effects of a cannabinoid receptor agonist on colonic motor and sensory functions in humans: a randomized, placebo-controlled study. Am J Physiol Gastrointest Liver Physiol 2007;293(1):G137-45.
42. Wong BS, Camilleri M, Busciglio I, Carlson P, Szarka LA, Burton D, Zinsmeister AR. Pharmacogenetic Trial of a Cannabinoid Agonist Shows Reduced Fasting Colonic Motility in Patients with Non-Constipated Irritable Bowel Syndrome. Gastroenterology, 28. Juli 2011 [im Druck] 43. Lal S, Prasad N, Ryan M, Tangri S, Silverberg MS, Gordon A, Steinhart H. Cannabis use amongst patients with inflammatory bowel disease. Eur J Gastroenterol Hepatol 2011;23(10):891-6.
44. Naftali T, Lev LB, Yablekovitz D, Half E, Konikoff FM. Treatment of Crohn’s disease with cannabis: an observational study. Isr Med Assoc J 2011;13(8):455-8.
45. Zajicek J, Fox P, Sanders H, Wright D, Vickery J, Nunn A, Thompson A, on behalf of the UK MS Research Group. Cannabinoids for treatment of spasticity and other symptoms related to multiple sclerosis (CAMS study): multicentre randomised placebo-controlled trial. Lancet 2003; 362(9385): 1517-1526.
46. Zajicek JP, Sanders HP, Wright DE, Vickery PJ, Ingram WM, Reilly SM, Nunn AJ, Teare LJ, Fox PJ, Thompson AJ. Cannabinoids in multiple sclerosis (CAMS) study: safety and efficacy data for 12 months follow up. J Neurol Neurosurg Psychiatry 2005;76(12):1664-9.
47. Wade DT, Robson P, House H, Makela P, Aram J. A preliminary controlled study to determine whether whole-plant cannabis extracts can improve intractable neurogenic symptoms. Clinical Rehabilition 2003;17:18-26.
48. Hagenbach U, Luz S, Ghafoor N, Berger JM, Grotenhermen F, Brenneisen R, Mäder M. The treatment of spasticity with Delta9-tetrahydrocannabinol in persons with spinal cord injury. Spinal Cord 2007;45(8):551-62

Psoriasis & Voeding - Deel 3: Kruidentherapie
Medicinale Cannabis deel 2 - Cannabis Therapeutisch Toepassen

1 Comment

LEAVE A COMMENT

FEEDBACK